Blog

De dag dat ik mijn vulpen terugvond

Schrijven zijn we de afgelopen decennia steeds meer gaan doen op de computer. Het vrolijke getik van hamertjes op papier maakte plaats voor ingetogen typen op steeds plattere toetsenborden en voor duimen op smartphones. Maar is het ook altijd de beste oplossing?

Afgelopen week was ik niet tevreden over mijn schrijfprestaties. Mijn typen leek mij weg te leiden van mijn creatieve gedachten. Ik vroeg mij af: Hoe kom ik tot beter resultaat? Ik besloot eens wat anders te gaan proberen en vond twee uitgedroogde vulpennen terug achter in een la.

De vulpennen maakte ik schoon. De ene vulde mijn man met zijn inkt, de andere deed het weer met een teruggevonden inktpatroon. Ik kocht een schrijfblok en schreef de hele ochtend door, zo’n twintig pagina’s achter elkaar. De gedachten in mijn hoofd volgden elkaar soepel op en de woorden vloeiden op mijn papier. Wat een genot! Een kleine tafel had ik voor het raam gezet in het licht; ik kijk regelmatig op en naar buiten, naar het groen, de schoolkinderen.

Wat werkt nu eigenlijk beter voor mij, vraag ik me af: Typen op een modern toetsenbord. Of ben ik soms productiever met een vulpen? Voor mij is het duidelijk. De vulpen blijft prominent op mijn bureau. Ik gebruik nu beide op de meest voor mij effectieve manier. Ik pak de vulpen als ik wil schrijven en intensief denken tegelijk. Achter mijn beeldscherm werk ik de tekst vervolgens uit.

Hetzelfde soort van tegenstrijdigheid of verwarring zie ik ook bij invoering van Het Nieuwe Werken. Velen nemen aan, dat mensen vanzelf productief zijn als ze de beschikking hebben over de nieuwste spullen. Bijvoorbeeld een goede flexplek, of de nieuwste smartphone, of de lichtste tablet of de meest veelzijdige computer. Maar is dat wel zo?

Tips. Wees productiever door na te denken over de essentie van je taak. Wat wil je eigenlijk bereiken? Zoek vervolgens het beste gereedschap om die ene taak beter te doen. Neem de tijd om wat te experimenteren. Gebruik je tool vervolgens met aandacht voor het beste resultaat.

Terug naar mijn vulpen, die mij helpt in mijn creatieve schrijfproces. Ik denk terug aan mijn opleiding en ervaring als industrieel ontwerper. Ook ontwerpers grijpen nog steeds – vooral in het begin van een project – graag naar potlood en papier. De PC met de mooiste visualisaties komt er pas later aan te pas. In de NRC las ik vorige week een bericht van een onderzoek; studenten die schreven tijdens colleges hadden ruim twee keer zoveel onthouden als de studenten die de colleges intypten op hun laptop. Tja. Mijn droom: een tablet, zo dun en ruw als papier. Daar kan ik dan lekker op schrijven met mijn vulpen. Vervolgens zou ik de analoge tekst dan automatisch laten digitaliseren en versturen naar mijn computer.

Waar is jouw vulpen? Gebruik je hem? Ik ben benieuwd naar je ervaringen!

Communiceren of je concentreren

Intensiever werk kan extremer vormen aannemen. Dat merkte ik al in 1998 bij een project voor een ministerie. Beleidsmedewerkers wisselden intensieve communicatie af met toegewijde concentratie. Deze vormen van werken wilden zij goed en snel kunnen afwisselen. Hoe staat het hiermee anno 2014? En hoe ga jij om met concentratie en communicatie in het werk?

De ideale werkstijl van de beleid medewerkers van destijds zag er ongeveer als volgt uit. Zij beschikten over een eigen kamer, die zij helemaal inrichten naar eigen wens. Persoonlijke elementen hingen aan de muur voor een huiskamergevoel. Zij hadden aandacht voor een prettige, rustige en opgeruimde aanblik. Enkelen hadden een speciale plek ingericht om te mediteren. Na de concentratie in de eigen kamer wilden zij het liefst – nadat zij hun deur uitstapten – gelijk de minister tegen het lijf kunnen lopen voor overleg en uitwisseling en toetsing van hun ideeën.

Anno 2014 is er natuurlijk wel wat veranderd: internet en Social media zijn onderdeel geworden van normaal werk. Zo kun je communiceren in stilte – zonder anderen in je omgeving te storen; bijvoorbeeld even chatten met je collega’s en vrienden. Bij geconcentreerd werk – zoals het ontwikkelen van plannen en rapportages – heb je bronnen bij de hand voor het vinden van allerlei informatie en het kunnen verifiëren van eigen ideeën. Daarnaast ontdekken kenniswerkers, die samenwerken in een team, dat samenwerken in dezelfde ruimte ook helpt voor de creativiteit en ontwikkeling van ideeën.

Voor mij betekent het afwisselen van communiceren en concentreren vaak ook een verandering van focus. Bij communiceren richt ik me op de ander en zaken buiten mijzelf. Als ik me concentreer verschuift mijn aandacht vaak ook naar ‘mijn eigen ding doen’ en mezelf. Ik probeer die twee bewegingen dagelijkse op een natuurlijke manier af te wisselen voor een prettige balans; ’s morgen doe ik graag mijn belangrijke klussen en in de middag trek ik er vaker op uit.

Zelf beschik ik voor geconcentreerd werk over een comfortabele thuiswerkplek. Communicatie – besprekingen, bijeenkomsten en ontmoetingen – vinden vaak plaats op fietsafstand in de stad Utrecht. Een aantal locaties hebben mijn voorkeur en daarnaast kies ik voor de afwisseling regelmatig een plek, die ik nog niet ken. Waar mogelijk kies ik een locatie, die leuk is voor degene die ik ontmoet of die functioneel of bijzonder is. Thuis kan ik mijn spullen lekker laten liggen en tussendoor ben ik er regelmatig even uit. Nu denk je misschien: zo kan ik niet werken in een baan met flexplekken.

Tips. Ga eens bij jezelf na wat er nog meer mogelijk is. Vraag jezelf af hoe je je concentreert. Waar doe je dat? Wanneer? Lukt het om je goed te focussen op je werk? Kom je tot resultaat? Heb je voldoende rust? Vervolgens kijk je naar je manier van communiceren. Hoe doe je dat? Kom je tot de uitwisseling die je wilt? Is de omgeving ondersteunend en inspirerend? Vaak blijkt, dat het beter kan. Op kantoor is meer mogelijk dan je denkt. Ontdek die cocon voor rustig telefoneren of die overlegplek, die alleen tijdens de lunch bezet is. Thuiswerken of een derde werkplek kunnen een optie zijn. Stap uit je comfortzone en probeer iets nieuws!

Anno 2014 is de hoeveelheid te verwerken informatie en communicatie zo groot, dat als tegenhanger ook de behoefte aan stilte, rust en zelfreflectie toeneemt. Mensen kunnen beter omgaan met vrijheid in het werk, als ze zichzelf kennen en proactief invulling kunnen geven aan hun eigen behoeften met passende werkvormen.

In de uitvoering van taken ontstaan nieuwe bijzondere werkstijlen. Daarmee stijgt ook de behoefte aan een diversiteit aan oplossingen, die zulk werk goed ondersteunen. Alleen met flexplekken kom je er niet meer. Verbaas je en geniet van het ontdekken van ongebruikte mogelijkheden en de verrassingen die slimmer communiceren en je concentreren in het werk kunnen bieden.

Werken met beeldschermen

Het is gemakkelijk om te denken ‘Als ik me aan de regels houd krijg ik geen problemen’. Maar is dat wel zo? Bijvoorbeeld in de praktijk van werken met beeldschermen. We zitten er dagelijks steeds meer achter, gemiddeld zo’n 4 tot 7 uur afhankelijk van de functie. Hoe zit het met regels en risico’s?

Regels voor werken met beeldschermen zijn in de negentiger jaren – na onderzoek – vastgelegd in het Besluit Beeldschermwerk, afgekort Beeldschermbesluit. Zo werd de maximale werktijd per dag aan een beeldscherm beperkt tot 6 uur. De wet heeft jarenlang prima gefunctioneerd; de Arbeidsinspectie controleerde erop. Nu is een minder strenge Europese richtlijn leidend.

De technologische veranderingen zijn intussen snel gegaan. Zelf ben ik van de generatie die nog zonder beeldscherm heeft gewerkt. De eerste beeldschermen waren oranje of groen monochroom. Tekst werd geschreven in speciale letters opgebouwd uit een beperkt aantal punten. In de negentiger jaren had ik mijn eerste mobiele PC, een Tulip van 5 kilogram met vast smal beeldscherm en toetsenbord. Nu ga ik op stap met iPad2 en SMART-phone; het weegt een tiende en kan veel meer. We weten niet beter meer dan dat we beschikken over elegante platte grote gekleurde schermen op het bureau en over mobiele apparatuur, zoals tablets met touch screens, voor onderweg.

Waarom zijn richtlijnen voor beeldschermwerk losser geworden, terwijl het gebruik van beeldschermen juist blijft toenemen. Zelf ben ik alleen maar drukker geworden met zorgen dat ik gezond achter mijn beeldscherm zit en er verstandig mee omga. Ons lijf is niet gebouwd voor langdurig stil zitten werken achter beeldschermen. Toch geeft onderzoek aan, dat mentale belasting momenteel een groter probleem is dan de fysieke belasting. Onderzoeken zoals de Arbomonitor en een evaluatie van beeldschermwerk uit 2007 geven aan dat beeldschermwerk inmiddels minder problemen met zich zouden meebrengen, bijvoorbeeld vanwege verbeterde technologie. Een combinatie met andere factoren, zoals werkdruk, blijft risicovol.

Als zelfstandige professional heb ik gelukkig veel ruimte om mijn werk zelf in te richten. Ik probeer mijn werklast te optimaliseren door complexer taken met meer aandacht te doen. Vaker kiezen voor wat ik belangrijk vind betekent ook dat ik vaker kies om andere dingen niet meer te doen. Maar in een baan kan dat anders zijn. Ben je nog veilig als je baas je wel intensief met beeldschermen laat werken, maar je daar minder bij helpt? Het lijkt mij niet.

Tip. Ga ook eens na voor uzelf hoe het nu eigenlijk zit met de gezondheid van uw beeldschermwerk. Hoeveel uur doet u dat op een dag? Met wat voor apparatuur? is die goed af te lezen? Is die functioneel voor het werk dat u ermee doet? Is uw lichaamshouding rechtop actief en ontspannen? Neemt u voldoende pauzes? Wat kleine verbeteringen kunnen u al snel meer tijd en comfort opleveren.

Volgens mij biedt het toepassen van regels nu minder garanties. Beeldschermwerk is te complex geworden om risico’s te kunnen voorkomen met enkel de toepassing van een paar regels. Conclusie: We hebben ook ons eigen gezonde verstand en menselijke ervaring en gevoel weer nodig om onszelf te behoeden voor blootstelling aan onnodige risico’s.

Je werk plannen

Lekker plannen geeft houvast zo in het begin van een kaal jaar. Waar wil ik heen? Wat moet je niet vergeten? Wat ga je doen? Met een goede planning bereik je meer resultaat. Financiële doelen staan hoog op alle prioriteitenlijstjes. Hoe die te bereiken?  

De boodschap bij de Business Bootcamp in Nieuwegein afgelopen weekend was: ontwikkel ongewone oplossingen voor echte problemen van je klanten. Benoem jouw unieke bijdrage voor de samenleving, ga ervoor. Samen met 1500 andere zelfstandigen kwam ik gisteren vol energie en inspiratie thuis van een lang weekend leren ondernemen. Heerlijk, het ultieme doel van waarde creëren staat weer voorop! Dat blijkt zelfs binnen een redelijke termijn van 1 tot 2 jaar genoeg geld te kunnen opleveren om niet meer te hoeven werken voor geld. Ik heb me gelijk ingeschreven voor de Implementation Day over een maand. Ik heb een buddy gevonden als sparring partner. Mijn nieuwe visie: Gezonder groei creëren door mensen te helpen hun taken op de best mogelijke manier te doen.

Tip: Hoe kom jij dan toe aan echt belangrijke zaken? Door er tijd voor in te plannen! Neem je voor om je niet meer te laten leiden door al die vermoeiende urgenties tussendoor. De manager kan een plan gaan ontwikkelen voor de toekomst. De preventiemedewerker kan oorzaken van weerstand tegen Het Nieuwe Werken in kaart gaan brengen. De callcentermedewerker kan klanten gaan vragen naar de toegevoegde waarde van de service. Blok primetime in de agenda als ‘bezet’ of neem iets meer tijd voor het beter doen van het normale werk. Door werkdruk en stress in bedrijven hebben meer mensen moeite om toe te komen aan echt belangrijke taken. Des te belangrijker is het om die vicieuze cirkel te doorbreken. Ga (ook) doen waar je energie van krijgt!

Het verleden heb je, de toekomst moet je maken. Daaraan invulling geven lukt alleen als je goed in je vel zit. Voeg dus ook de belangrijke taak ‘zorgen voor jezelf’ toe aan jouw planning voor 2014. Gezonde groei levert meer resultaat – en dus geld – op.

Kennis ontwikkelen

Hoe weet je wat echt werkt bij Het Nieuwe Werken? Proeftuinen en experimenteerruimte in functies bieden daarvoor uitkomst. Lees verder over radicale vernieuwing en over het creëren van inzicht in arbeidsomstandigheden altijd en overal.

“Alles dat werkelijk groots en inspirerend is, is gecreëerd door een individu dat kon werken in vrijheid”, zei Albert Einstein al. Vanmorgen was ontwerper Daan Roosegaarde op BNR radio. Hij zei: “In Nederland is ruimte creëren voor experimenteren extreem moeilijk.” Hij doet dat ondermeer in Sjanghai, waar hij ‘gaten schiet’ in dikke smog en vervolgens deze vervuiling opvangt en omzet in diamanten. Wat een prachtige metafoor voor de waarde van vernieuwing! Daan zegt: “Beginnen met het regelen van budgetten werkt niet. Je kunt beter eerst je dromen goed doordenken. Wat wil je precies?”

Mijn droom is de blije en gezonde mens, die met zijn passie en kennis creatieve ideeën ontwikkelt en ongebaande paden van HNW begaanbaar maakt. ICT-bedrijven ontwikkelden mooie virtuele werkruimten, waar mensen met elkaar online kunnen chatten en informatie uitwisselen. Maar echte mensen zijn niet alleen mentaal actief met hun hersenen. Zij bewegen ook in de fysieke ruimte met hun lijf van aardse zaken als botten, spieren en bloed. De huidige eenvormigheid in flexplekken blijkt wel goedkoop maar niet efficiënt, is dit weekend in de NRC te lezen. Waarom krijgt iedereen – jong, oud, administrateur of kenniswerker – dezelfde werkplek? Dat kan beter.

Mensen hebben behoefte aan een locatie waar zij gelukkig kunnen zijn. Ook hebben we een plek nodig om – doelmatig en liefst op een eigen manier – goed te kunnen werken. Gezonde arbeidsomstandigheden bij Het Nieuwe Werken helpen bedrijven met het opvangen van verwachte tekorten aan voldoende goed personeel en bij het borgen van bedrijfscontinuïteit. Een arbowerkgroep van Forum Duurzaam Werken heeft inmiddels twee keer een arbohandreiking uitgebracht. Voorzichtig is – in overleg met veel partners – een basis gelegd onder een aanzet voor zoiets als een praktijk van goede arbeidsomstandigheden bij Het Nieuwe Werken. Een Arbowerkgroep 3.0 staat in de steigers. Hoe verder?

Laat Arbowerkgroep 3.0 in 2014 een proeftuin ontwikkelen voor het genereren van kennis en ideeën over slimmer en gezonder werken. Dan kunnen we on- en offline werken op diverse manieren gaan combineren en gewoon uitproberen. Op naar betere integratie van nieuwe oplossingen in dagelijks werk. Op naar nieuwe business op menselijke maat.

Je werk ontwerpen

Ontwerpen kan iedereen. Als kind waren we creatief en gingen op avontuur. Al kruipend ontdekten we de wereld om ons heen. Spelenderwijs leren was en is nog steeds effectief en leuk. Als volwassene zijn we gestopt ons te verwonderen. Maar het mag weer. Ga ook je werk ontwerpen voor meer plezier en prestaties! Lees verder hoe.

Vraagstukken in organisaties – zoals werkdruk, RSI en burn-out – worden complexer. Om die op te lossen is vaker maatwerk nodig. Door mensen te leren hoe zij zelf actief en gestructureerd kunnen ontwerpen, kunnen werkgever en werknemer samen werkoplossingen creëren op (eigen) menselijke maat. Zo komt er weer structuur in het werk en meer rust op de werkvloer. Zo krijgen werkgevers niet alleen productieve, maar ook autonome en betrokken werknemers. Efficiency kan zo samengaan met effectiviteit.

Voor mij is ‘je werk ontwerpen’ dagelijkse realiteit. Ik ga actief en bewust om met het ordenen en inrichten van mijn werk. Als ergonoom ben ik bekend met mijn menselijke beperkingen. Daarom gebruik ik slimme tools die overbelasting bij langdurig beeldschermwerk voorkomen. Ik zoek manieren om niet alles op de computer te hoeven doen. Ik doe regelmatig oefeningen en ga handig om met pauzes en afwisseling in taken. Ook werk ik samen met collega’s voor feedback en ter aanvulling.

Bij bedrijven verbaas ik me over de eenvormigheid van oplossingen. Bijna iedereen maakt gebruik van hetzelfde type flexibele werkplek, krijgt hetzelfde vitaliteitsprogramma aangeboden en werkt met dezelfde apparatuur. Voor het gebruik – wat je er precies mee kunt en aan hebt – is veel minder aandacht.

Werkgevers en werknemers zijn allebei druk met eigen uitdagingen en problemen. Veel werkgevers bezuinigen, onder meer op kantoorfaciliteiten. Werknemers zijn minder op kantoor en hun werkstijlen worden diverser. De uitdagingen worden groter, maar het onderlinge contact lijkt juist te verminderen. Dat klinkt niet als een gezonde en effectieve samenwerking. Waar is de inspiratie?

Mijn suggestie: ga je werk ontwerpen. Ga weer met elkaar in gesprek over het dagelijkse werk. Hoe doe jij het? Kan het ook anders? Wees creatief, probeer eens wat anders. Zo wordt werk weer leuk en inspirerend. Je gaat slimmer werken op eigen menselijke maat en dat levert ook nog eens tijd, geld en energie op.

Denk onder de kerstboom nog eens aan je werk, maar dan met de ogen van jezelf als kind. Wat doe je de hele dag? Waarom? Hoe? Wil je feedback? Mail dan uw taken naar mail@workstyles.nl. Deze input is tevens welkom voor columns in 2014 over het (her-)ontwerpen van dagelijkse werkzaamheden.

Inzetbaarheid

Wel inzetbaar zijn, maar niet ingezet. Ik vraag me af: Wat is inzetbaarheid? Daarover is veel te doen. Wie houdt zich ermee bezig en waarom? Heeft u ook vragen over deze term en de betekenis ervan? Lees dan verder ….

Duurzame inzetbaarheid is in norm NEN (NPR 6070) gedefinieerd als: Het vermogen van de medewerker om nu en in de toekomst toegevoegde waarde te leveren voor een (arbeids)organisatie en daarbij zelf ook meerwaarde te ervaren.

Op zoek naar een check voor inzetbaarheid kom ik terecht bij de www.toolboxduurzameinzetbaarheid.nl van de overheid. Op www.overduurzameinzetbaarheid.nl vind ik vooral informatie over langer, gezonder en anders werken. Elders blijkt burn-out vooral jongeren van 25-35 jaar te treffen. Klachten zijn: piekeren, sneller geïrriteerd zijn, opgejaagd gevoel, slechter concentratievermogen en lichamelijke klachten. Dat is nog eens een inzetbaarheidsprobleem!

Buiten de organisatiecontext wordt het begrip inzetbaarheid voor mij wat vreemd. Om mij heen zie ik mensen zich volop inzetten: als zelfstandig ondernemer, in huishoudelijk werk en in de zorg voor kinderen en ouderen. Er is van alles te doen; ik zie niemand – inzetbaar en al – aan de kant staan.

Een andere vraag is natuurlijk hoe iemand – met al zijn inzet en inzetbaarheid – ook aan inkomen komt. Misschien is dat voor werknemers de kern: Hoe houd je zicht op een – even goed – betalende baan?

Onlangs was ik op een borrel. Een HR-manager in een bezuinigingsronde vertelde trots hoe breed inzetbaar ze was. Aanwezigen staken haar een hart onder de riem: natuurlijk kom jij weer aan een baan! Als ondernemer deed ik ook een duit in het zakje: ‘Toch denk ik dat je meer nodig hebt dan je professionele kwaliteiten. Mijn opdrachtgevers zoeken professionals die zich ook onderscheiden en meer bieden dan een ander.’ Het werd plotseling stil; inzetbaarheid levert niet ‘vanzelf’ werk op.

Een onderliggend probleem bij inzetbaarheidsbeleid lijkt mij het betaalbaar houden van de sociale zekerheid. Wie heeft waarom hulp nodig? Hoe verdienen we als samenleving het benodigde geld? Als burger mis ik een open dialoog en verhelderend debat in de politiek. Ik ben benieuwd naar de kern van het probleem en alternatieve oplossingsrichtingen. Het lijkt een taboe om hierover te praten.

Staatssecretaris Kleinsma heeft zojuist een steen in de vijver gegooid: Bijstandsgerechtigden moeten in Rotterdam voortaan verplicht sporten om fit te blijven. Dan voel ik toch meer voor de oplossing in Londen waar ze gratis geld uitdelen aan daklozen in The City. https://decorrespondent.nl/home. Een radicale hervorming van de verzorgingsstaat bleek een bezuiniging met een factor 50 op te leveren!

Inzetbaarheid lijkt me een vraagstuk voor organisaties en de samenleving als geheel. Inzet vragen van mensen lijkt constructiever dan hen vragen om ‘inzetbaar te zijn’.

Plichten en regels

Plichten en regels, daar zijn wij niet zo van. Nederlanders schrijf je niet de wetten voor. We vinden dat we heus zelf wel weten wat we doen. Dat gaan voor avontuur is een kracht, maar tegelijk ook wel lastig als leven en werk zo snel en ingrijpend veranderen. Lees verder, ook als u niet naar ‘Zorgplicht, Arboregels en ergonomie’ gaat op 13/11.

Nederlanders staan van oudsher open voor iets nieuws. We reizen de hele wereld af en eten gerechten uit andere landen,. We pakken nieuwe uitdagingen graag op en regelen het wel even …  In een programma zoals ‘Ik vertrek’ is te zien, dat succes niet vanzelfsprekend is. Vooraf nemen mensen flinke risico’s bij het realiseren van hun droom. Achteraf realiseren zij zich de waarde van wat ze achterlieten. De mensen passen zich aan en het geluk krijgt een nieuwe vorm.

Voor verandering kunnen we inmiddels ook gewoon thuis blijven. Een filmpje over de eerste mobieltjes ruim tien jaar geleden, bij Zomergasten met Daan Roosegaarde, ziet er anno 2013 onwerkelijk uit. Mobiel bellen is vanzelfsprekend geworden. Online werken, altijd en overal en samenwerken in een flexkantoor zijn de dagelijkse realiteit. Al het nieuwe is in het begin leuk en uitdagend, totdat …. je ontdekt, dat je niet altijd bereikbaar wilt zijn en ook eens rust nodig hebt.

Het Nieuwe Werken krijgt al zo’n twintig jaar vorm met het enthousiasme van ontdekkingsreizigers. We doen het gewoon! Niets mis mee. Maar het haleluja van de fase van ‘forming’ in deze gezamenlijke ontwikkeling ( Tuckman, 1965) is al voorbij. In de fase van ‘storming’ komen nu de conflicten op tafel. Het Nieuwe Werken levert niet altijd en overal gezonde productiviteit op, maar veroorzaakt ook extra werkdruk, RSI en stress. Veel geduld en wederzijds is respect is nodig om in deze fase oplossingen te vinden voor serieuze problemen.

De ontwikkeling van slimmer werken gaat razendsnel en dendert in sneltreinvaart verder. Ermee stoppen is geen optie. Wel vind ik dat werkgevers hun verantwoordelijkheid voor arbeidsomstandigheden beter kunnen gaan delen met werknemers. Een treinreis voelt veiliger met een goede machinist, die de gevaren onderweg kent en rode seinen niet negeert. Daar komt bij, dat extra voorzichtigheid is geboden, omdat effecten van het Nieuwe Werken zich nu pas beginnen te manifesteren. Het is nog te nieuw voor grootschalige meetresultaten. Kan de praktijk van ‘collectief als organisatie anders moeten werken’ transformeren naar individueel weer ‘de regie krijgen over hoe we kunnen en willen werken’?

Slim werken op (eigen) menselijke maat is een uitdaging. Wordt het een plicht van organisaties om individuen op alle niveaus de ruimte te geven voor het ontwikkelen van verantwoord werken? Dat mag – van mij in ieder geval – eerder regel dan uitzondering zijn.

Meer met minder

Meer bereiken met minder doen is aantrekkelijk voor iedereen; Minder hard hoeven werken en meer tijd hebben voor leuke dingen in het leven. Duurzamer werken. Het blijkt mogelijk en toch tegelijk niet eenvoudig. Want wat wil je dan bereiken? Meer lezen ….

De trend ‘meer met minder’ past bij de omslag waar we middenin zitten; onze focus verschuift van ‘geld verdienen’ naar ‘waarde creëren’. Winst maken wordt van een doel weer een middel voor het kunnen realiseren van relevante (maatschappelijke) doelen en economische groei. Maar deze verschuiving is nog geen garantie dat wie waarde toevoegt daarvoor ook een redelijke beloning krijgt. Tegelijk blijken mensen, die wel goed verdienen, niet vanzelfsprekend effectief te werken of waardevol werk te doen.

Onlangs vroeg een kennis mij hoe het gaat met mijn werk. Ik zei: ‘Met mijn werk gaat het prima; ik vind dat ik zinvol en hoogwaardig werk doe. Ik zou er alleen wat meer mee willen verdienen.’ Aan de reactie te merken was dat een ongebruikelijk antwoord. Er was wel begrip: ‘Iedereen wil op de eerste rij zitten’. Collectief zijn we het misschien gewoner gaan vinden om pas uit ons bed te komen als we daar ook voor betaald krijgen.

Als puber ging ik 5 keer naar Taizé, een kloostergemeenschap in Frankrijk waar jaarlijks duizenden jongeren van over de hele wereld samenkomen. Ik zat eens in een discussiegroep met een deelnemer die met de mond beleed, wat hij in zijn werkpraktijk niet deed. Ik vond dat hij met zijn verkooppraktijk geld verdiende over de ruggen van anderen. Dat maakte veel indruk op mij en ik besloot, dat ik in mijn werkkeuzes de inhoud voor de beloning wilde laten gaan.

Nu zijn er ook nog mensen die wel veel verdienen en ook hard werken, maar minder effectief zijn. Jeroen Busscher, een filosoof, schrijft in zijn boek Turbomanagement (2010) hoe managers met minder doen meer kunnen bereiken. Managers doen soms dingen die zelfs contraproductief zijn – zoals coachend leidinggeven. De vraag ‘Waar worden mijn mensen beter van?’ wordt te weinig gesteld. Slimmer denken en doen maakt buffelen onnodig.

De balans tussen winst en waarde is zoek. Wat willen we eigenlijk bereiken: waarde, winst of allebei? Meer bereiken met minder doen is mogelijk als we beter weten wat we eigenlijk willen.

Samen sterker

Alleen ga je sneller, samen kom je verder. We hebben elkaar met die crisis harder nodig, maar vinden het lastig om samenwerking goed in te vullen. Velen voelen zich terug geworpen op zichzelf. Tegelijk ontstaan nieuwe verbindingen. Waar sta jij? Met wie sta jij sterker?

Ontslaggolven komen over ons heen. Werknemers wachten in spanning af of ze nog mogen blijven. Mensen zijn overgeleverd aan beslissingen van anderen, die grote gevolgen voor hen kunnen hebben: minder inkomen en anders moeten gaan leven. De participatiesamenleving – van Prinsjesdag – moet uitkomst gaan bieden. Maar hoe werkt inzet en betrokkenheid van iedereen in de praktijk?

Mensen, teruggeworpen op zichzelf, zoeken contact met elkaar en gaan elkaar helpen. Lotgenoten vinden bij elkaar een luisterend oor voor hun verhaal. Herkenning, begrip en vertrouwen bieden een basis voor het verwerken van een verlies en het samen vinden van nieuwe wegen. Door te leren van en met elkaar – en je te organiseren – sta je samen sterker. Bijvoorbeeld www.werkvinden2punt0.nl voor en door werkzoekenden.

Ook mensen, die juist van elkaar verschillen, hebben elkaar veel te bieden. Een projectteam – samengesteld uit professionals die elkaar goed aanvullen – is sterker. Marcus Buckingham stelt in zijn boek ‘Ontdek je sterke punten’ voor om die verschillen  beter te benutten dan we nu gewend zijn. Een mens zou vooral zijn talenten  verder moeten ontwikkelen om die vervolgens meer in te zetten, ook voor anderen. Zo verbetert zowel het individueel werkplezier als een gezamenlijke teamprestatie.

Het zijn uitdagende tijden, waarin we onszelf en elkaar weer nodig hebben. Weet je wat je talenten zijn en wat je een ander kunt bieden? Ken je ook je eigen beperkingen en heb je een idee hoe een ander jou zou kunnen helpen? Met internet en social media liggen de kansen voor slim samenwerken voor het oprapen.